Selectief inleren (koppelen van melders)

In dit artikel leggen wij uit wat selectief inleren van draadloos gekoppelde melders inhoudt. Als voorbeeld hierbij gebruiken wij de situatie van een appartementencomplex met 4 appartementen en een gang (zie de afbeelding).

De situatie
Een appartementencomplex met 4 appartementen op rij met voorlangs een algemene gang die meestal voor de betreffende bewoners ook vluchtroute is.
In elk appartement 1 rookmelder met RF voorziening, in de gang 2 rookmelders met RF voorziening.

Werking en principe draadloos koppelen (RF)

Een Ei Electronics RF component zorgt voor het activeren en/of doorgeven van een alarmsignaal. Een draadloos alarmsignaal kan opgestart worden door een Ei Electronics rook-, hitte- of CO-melder of door een Ei Electronics accessoire zoals een handalarm, Controle Unit of een extern ingangscontact. Bij al deze componenten zorgt het RF deel voor doorgifte van het alarmsignaal. 

Bij de 230V melders kan een RF module bestaan uit een losse RF sokkel of uit een RF module. Op de RF sokkel, 1 type: Ei 168RC, deze fungeert ook als montagevoet, wordt een rook- of hittemelder geschoven. De RF module bestaat uit een losse printplaat die in een melder gestoken wordt. Verschillende RF insteekmodules zijn beschikbaar voor 230V melders en batterijgevoede melders. Ook is er keus in het type voeding van deze RF insteekmodules.

Fabriekscode
Elk RF component staat ‘af fabriek’ in de zgn. ‘fabriekscode’. Wanneer een melder in alarm gaat of getest wordt, gaat elke andere melder via de bijbehorende RF component (die in de fabriekscode staat en binnen bereik is) ook in alarm.

De fabriekscode is één code die voor alle RF componenten gebruikt wordt. RF componenten die in de fabriekscode (blijven) staan, geven de ontvangen fabriekscode niet weer door (repeat-functie). Het netwerk is hierdoor minder sterk.

Inleren van RF componenten
Wanneer RF componenten eenmalig op elkaar ingeleerd worden (huiscoderen), ‘kennen’ deze bij alarm alleen nog elkaar op basis van uitgewisselde unieke adressen. De fabriekscode wordt na het inleren niet meer gebruikt.

RF componenten gaan in de inleerstand het eigen unieke adres uitsturen en andere unieke adressen van andere RF componenten (die op dat moment ook in de inleerstand staan en elkaar kunnen bereiken) ontvangen en opslaan in de eigen geheugenlijst, aanwezig in elke RF component.

Een geheugenlijst heeft 30 posities, er kunnen dus maximaal 30 RF componenten op elkaar worden ingeleerd. Elk RF component heeft een uniek adres, dit adres wordt pas actief tijdens het inleren en daarna bij gebruik van de installatie.

Hoeveel adressen er zijn gevonden en opgeslagen in een RF component is te controleren aan het regelmatig aantal keren knipperen van de led op het betreffende RF component. Een RF component slaat zijn eigen unieke code ook op in zijn eigen lijst en telt dus mee in de geheugenlijst.

Alle eenmalig in de inleerstand gezette RF componenten reageren daarna bij gebruik (bij een alarm of test) niet meer op de uniforme fabriekscode maar alleen op de unieke codes die tijdens het inleren onderling zijn uitgewisseld en in de eigen geheugenlijst staan.

Hoe werkt dit in de praktijk
De melder die rook detecteert en zo het alarm begint, stuurt via het RF component zijn unieke code uit. De andere ingeleerde RF componenten zullen de ontvangen unieke code herkennen en daarom ook zorgen voor het in alarm gaan van de bijbehorende melders. De ontvangen code wordt door de RF componenten weer versterkt uitgestuurd (r
epeat functie). Op deze manier ontstaat een sterk en betrouwbaar onderling netwerk! Op elkaar ingeleerde melders zullen zo (vaak via meerdere routes) altijd de unieke code van de alarmerende melder ontvangen.

Een ander voorbijkomend uniek adres of fabriekscode vanaf bijvoorbeeld een alarmerende melder bij de buren, zal de melders bij het eigen pand niet meer doen activeren. Het ontvangen adres van die melder wordt immers niet herkend omdat deze niet in de geheugenlijsten van de eigen RF componenten staat.

Inleerstand activeren (huiscode)
Druk met een kleine schroevendraaier de huiscodeknop in op de zijkant van de melder of RF sokkel (versie afhankelijk). Zodra de led bij de huiscodeknop blauw (of bij andere componenten geel of rood) oplicht, laat je de knop los. Vanaf dat moment staat de RF module in de melder of sokkel in de inleerstand en brandt de led elke 5 seconden 1 keer (uitgegaan wordt van een nieuwe, niet eerder ingeleerde RF module).

Zet nu op deze manier alle op elkaar in te leren RF componenten en/of eventuele RF accessoires in de inleerstand. De geactiveerde inleerstand op een RF component blijft maximaal een half uur actief.

In de inleerstand worden alle adressen van de op dat moment in de inleerstand staande RF componenten onderling uitgewisseld en in elke RF component in de eigen geheugenlijst opgeslagen. Om te weten hoeveel adressen er in een RF component zijn opgeslagen geeft de led regelmatig een aantal knipperingen weer. Wanneer bijvoorbeeld 5 melders op elkaar moeten worden ingeleerd, zal in de inleerstand na een paar minuten op alle 5 RF componenten de led regelmatig 5x moeten knipperen. Wanneer je, door mee te tellen, dit per RF component hebt gecheckt, weet je dat deze melders elkaar herkend en opgeslagen hebben en kan de inleerstand verlaten worden.

Ter controle van de telling duurt elke 10e knippering iets langer, de geheugenlijst in een RF component kan maximaal 30 componenten bevatten.

Inleerstand beëindigen
De inleerstand wordt na een half uur automatisch verlaten. De melders met de RF modules en eventuele accessoires staan daarna direct standby en zijn klaar voor gebruik. Je kunt ook zelf handmatig de inleerstand op een melder de-activeren. Dit werkt als volgt: druk op 1 RF component de huiscodeknop in en laat deze los zodra de bijbehorende led oplicht (deze procedure is gelijk aan het activeren van de inleerstand).

Dit ‘de-activatie’ signaal wordt automatisch direct naar alle andere nog in de inleerstand staande RF componenten verstuurd om zo overal direct de inleerstand te de-activeren. Je ziet dit signaal op alle andere RF componenten aankomen doordat op die componenten de (blauwe) led even iets langer brandt en daarna uitgaat.

Resetten (geheugenlijst) melder
Ter info vooraf: De melder mag om te resetten niet in de inleerstand staan! (ter controle: de led brandt of knippert niet)

Druk de huiscode knop in en blijf deze ingedrukt houden, de LED gaat 5 seconden lang continue branden en begint daarna te knipperen. Zodra de led begint te knipperen, laat je de huiscodeknop los. De sokkel is nu gereset, dat betekent dat de geheugenlijst leeg is en de melder bij alarm weer werkt op de standaard fabriekscode.

Uitleg selectief inleren van melders
Dit inleren kan ook ‘selectief’ gemaakt worden door bewust één of meerdere RF modules/sokkels na het inleren te resetten en eventueel weer in een andere zone of in meerdere zones in te leren.

In het voorbeeld van zone 1 (gele groep) zijn alle 3 RF componenten op elkaar ingeleerd en reageren op elkaars alarm. Je kunt dit zo wijzigen dat aan de volgende voorwaarde voldaan wordt: als er alarm is in het appartement moet het alarm alleen in dit appartement afgaan en niet alle andere melders (in de andere appartementen en in de gang), maar wanneer een melder in de gang (is algemene ruimte en/of vluchtroute) alarm geeft moeten (uiteindelijk na prog. van alle zones) alle melders afgaan (alle melders in de appartementen en de 2 melders in de gang).

Door binnen zone 1 na het inleren van de 3 RF componenten, de 2 RF componenten in de gang te resetten (is wissen van de geheugenlijst in die 2 RF componenten) zullen deze de adressen van de RF componenten uit de appartementen (bij een alarm uit één van de appartementen) niet herkennen en dus niet de bijbehorende melders in alarm doen gaan. Maar een RF component in de gang zal bij alarm in de gang wel (uiteindelijk na prog. van alle zones) de andere 4 appartementmelders in alarm zetten (de RF componenten in de appartementen herkennen namelijk wel de adressen van de RF componenten in de gang).

Voorwaarden stellen
Gebruikelijk is het dat bij alarm (detectie) in 1 appartement dit alarm niet wordt doorgegeven aan de melders in de andere appartementen en ook niet naar de gang. Zo wordt onnodig paniek, ook bij vals alarm voorkomen. Andersom is het zo dat wanneer er alarm(detectie) is vanuit een melder in de gang (is algemene ruimte en meestal ook vluchtroute) dit alarm wel aan alle melders in de appartementen en ook aan de andere gangmelders moet worden doorgegeven.

Deze voorwaarden zijn als volgt en in de volgende stappen in ons voorbeeld te realiseren:

Stap 1:
Inleren alle 3 melders binnen zone 1, daarna: reset de 2 gangmelders *

Stap 2
Inleren alle 3 melders binnen zone 2, daarna: reset de 2 gangmelders *

Stap 3
Inleren alle 3 melders binnen zone 3, daarna: reset de 2 gangmelders *

Stap 4
Inleren alle 3 melders binnen zone 4, daarna: reset de 2 gangmelders *

*resetten is het wissen van alle adressen en terug naar de fabriekstand. Stap 5: inleren van de 2 gangmelders op elkaar.

Over stap 5: Na het resetten in stap 4 staan de 2 RF componenten van de gangmelders weer in de fabrieksstand en sturen bij alarm alleen weer de standaard fabriekscode uit, deze fabriekscode is na stap 1 t/m 4 niet meer herkenbaar op de melders in de appartementen. Door de 2 melders in de gang weer op elkaar in te leren gaan ze hun eigen unieke huiscode weer uitzenden welke al bekend en opgeslagen zijn in de geheugenlijsten van de melders in de appartementen.

Ook zullen de 2 gangmelders elkaar nu ook kennen en dus alarmeren wanneer nodig.

Optioneel: Controle Unit Ei 450 (Test, Locate, Pauze)
Bij dit soort installaties is het zeker aan te bevelen in de installatie de Ei 450 Controle Unit op te nemen. Dit is een uit een houder afneembare module, voorzien van een 10-jaars lithium batterij als voeding en communiceert draadloos met alle andere RF componenten.

Deze Ei 450 is bijvoorbeeld (uit het zicht) in de gang te plaatsen, maar wel voor iedere bewoner bereikbaar. Op deze module is een Test-, Locate- en een Pauzefunctie aanwezig. Met de testknop kan periodiek een alarmtest gedaan worden zonder elke melder apart te testen via de test/hushknop op de melder zelf. De locate-functie is handig bij een alarm, door het indrukken van de ‘Locate’ knop zal alleen de melder die gedetecteerd heeft in alarm blijven, de andere melders gaan uit. Daarna kan via de pauzefunctie (Silence) ook deze laatste melder worden gepauzeerd.

De Ei 450 Controle Unit moet op alle melders ingeleerd worden. Neem daarvoor de Controle Unit steeds mee in de inleerstappen 1 t/m 4, uitgezonderd het resetten: deze Controle Unit hoeft niet te worden gereset!

Om te kunnen functioneren moet de Ei 450 Controle Unit alle adressen van de te bedienen RF componenten van de melders kennen en wanneer het adres van de Ei 450 Controle Unit in elke geheugenlijst van alle RF componenten van de melders staat, is aan de voorwaarde voor gebruik van de Ei 450 voldaan.

Over de schrijver
Onze redactie is verantwoordelijk voor de inhoud van de Ei Electronics website. Zij voegen met regelmaat kennisartikelen, blogs en videos toe. Heb jij een vraag die je beantwoordt wilt zien worden in een artikel? Neem dan contact met ons op
Onderwerpen
Draadloos koppelbaar RF Rookmelder

Reacties zijn gesloten.